Helen in systemen

Ik krijg geregeld vragen over de twee beelden uit klei die in mijn praktijk op de kast staan.
Dat zijn mijn grootouders zaliger… Ik heb het grote geluk gehad hen lang te mogen kennen en draag deze mensen een bijzonder warm hart toe. Ze inspireren mij nog elke dag.
Het gebeurt wel eens dat ik hen om raad vraag, in mijn werk, in mijn persoonlijk leven… En ook al zouden ze op zoveel vlakken anders handelen, voor mezelf voelt hun aanwezigheid daar op de kast als een vorm van wijsheid die zoveel groter en omvattender is dan wat ik zelf kan bieden…

Ook mijn kinderen werden -met hun tweede naam- naar hen vernoemd trouwens. 

De intergenerationele stroming binnen het systeemdenken benadrukt het belang van het opentrekken van de initiële hulpvraag van cliënten en gezinnen. Welke horizontale en verticale stressoren kleuren hun zorgen en dragen bij tot een ruimere en diepere bewustwording?
Ik moet toegeven dat het me bij de start van mijn therapieopleiding wel wat afschrikte allemaal. Destructieve patronen die van generatie op generatie worden doorgegeven, vastgeroeste copingmechanismen, manieren van overleven of omgaan met problemen die veel en veel verder reiken dan je eigen generatie, … Ik werd er zowaar zelfs een beetje moedeloos van. We dragen immers allemààl een rugzak mee. Bij de ene is die mogelijks wat zwaarder dan bij de andere, maar ‘lijden’ is universeel. We kennen het allemaal, zonder uitzondering.
Ik streef persoonlijk geen perfectie na, maar het bleef lang rommelen in mijn hoofd. Kunnen we het dan nog wel ‘goed genoeg’ doen -voor onszelf, voor onze kinderen- wanneer er zoveel factoren mee spelen waar we zelf niet eens meer vat op hebben? Ik geloof persoonlijk niet dat we onze kinderen volledig ongeschonden kunnen afleveren aan de poort van hun volwassen leven. Maar zijn we in staat om hen het nodige vertrouwen –in zichzelf, in anderen, in de wereld rondom hen- mee te geven waardoor ze veerkrachtig in het leven kunnen staan? Ik meen dat we daar zeker naar kunnen en mogen streven, maar ben er tegelijk van overtuigd dat we daarvoor in eerste instantie zélf aan het werk moeten. Een proces van vallen en opstaan met andere woorden, confronterend ook, pijnlijk misschien, een groeien en bewust worden waar mogelijks nooit een einde aan lijkt te komen, maar een proces dat het waard is ook. Dubbel en dik. Voor onszelf én voor de vele generaties na ons.

Maar die therapieopleiding dus… Ik vind weerstand heel interessant, dus ik probeerde er wat ruimte voor vrij te maken… Doorheen dat eerste jaar liet ik stilaan al de info wat meer binnen sijpelen, zag ik hoe sommige dingen aanhaakten bij wat voor mezelf al vertrouwd en waardevol was, hoe ik andere thema’s eerst nog wat moest herkauwen (of al eens uitspuwen, dat ook ;) ), op mijn maat en tempo zetten, maar ook hoe ik constructief kritisch kon blijven t.a.v. dat intergenerationele gedachtengoed. Hoe ik het kon meenemen in mijn eigen proces – zowel als individu als als therapeut – naar waarde kon schatten, zonder mijn geloof in de eigen kracht en groeimogelijkheden van mensen te verliezen… Want uiteraard voel en besef ik elke dag dat we zoveel méér zijn dan het leven waar we hier-en-nu richting aan proberen te geven. 

Dus ja, ik ga met cliënten op zoek naar een ruimere betekenisgeving. Ik vraag soms heel gericht naar wat ze van zichzelf herkennen in hun voorouders (en wat niet), welke boodschappen ze van thuis uit hebben meegekregen en hoe deze – (on)bewust en onderbewust- doorsijpelen in hun huidige manier van kijken. Ik vraag aan kinderen of ze weten hoe mama en papa omgaan met hun eigen verdriet, of ze begrijpen vanwaar het komt dat een ouder ‘luisteren’ zo ontzettend belangrijk vindt en of ze eens willen vragen hoe papa of mama zich gehoord voelde als kind, … best wel heftige thema’s soms, maar het vergroot niet zelden de mildheid en het begrip bij alle partijen, zonder dat het verleden als een excuus wordt gebruikt om zaken te gaan vergoelijken… 

Misschien kiezen we er bewust voor om het zelf hélemaal anders te gaan doen, dat kan en dat mag. Maar de wetenschap dat onze ouders, grootouders, voorouders elk op hun manier, met hun eigen kwetsuren, hun eigen bewustzijn en gekleurd door hun eigen voorgeschiedenis naar best vermogen probeerden om zich staande te houden, haalt soms de allerscherpste en donkerste randjes er wat af, zonder dat we daarmee afbreuk doen aan onze eigen ervaring.

Maar wat ik bovenal waardevol vind, en dat miste ik aanvankelijk wel een beetje in al de theorieën en literatuur, is om bijkomend ook te gaan kijken naar de sterktes van een (intergenerationeel) systeem: waar liggen over generaties heen onze talenten, waar zijn wij als systeem goed in en welke aanwezige krachten kunnen we allen gebruiken om ons doorheen moeilijke periodes te werken? Waar liggen die eigenschappen van onze naasten die een basis vormden voor onze eigen veerkracht, wat van onze voorouders voelt waardevol en helend en willen we zeker meenemen in ons eigen verdere proces? Want niet alleen (psychische) kwetsbaarheid en destructieve patronen kunnen intergenerationeel worden doorgegeven. Ook bijvoorbeeld veerkracht, overlevingsinstinct, het vermogen om lief te hebben doorheen en ondanks pijn,… vormen over generaties heen mogelijks een sterke constante. Het maakt dat ikzelf met steeds meer dankbaarheid kan kijken naar zij die mij zijn voorgegaan… Niet alleen naar die twee figuren op mijn praktijkkast voor wie mijn hart altijd al heeft overgestroomd maar ook, en steeds meer, naar elkeen bij wie dankbaarheid misschien minder voor de hand liggend was…

Durf het werk te doen, wees niet bang, heel jezelf en de generaties na jou…
Je bent het waard.



Helen in systemen

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x