Hoogbegaafde zebra’s

Hoogbegaafde zebra's...
Heb je geen idee waarover ik het heb? Lees dan even verder

“Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens. Intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.” (Delphi-model)

Ik ken echt maar weinig woorden die dermate beladen zijn als de term ‘hoogbegaafdheid’. De vrees om elitair over te komen, ‘beter’ dan de ander, het stereotype beeld van alwetend genie of de impliciete veronderstelling dat hoogbegaafdheid garant staat voor een vlekkeloos parcours in het (schools en professioneel) leven houdt menig hoogbegaafde tegen om zichzelf als dusdanig te ‘outen’.  
En hoewel zeker niet ieder hoogbegaafd individu diezelfde behoefte voelt of evenveel prioriteit geeft aan hoogbegaafdheid bij het definiëren van zichzelf als persoon, blijft de term heel wat weerstand oproepen. Hoogbegaafdheid voelt vaak zoveel meer beladen aan dan concepten als introvert/extravert, (hoog)sensitief, assertief, intuïtief, … (noem maar op), ook al gaat het ook hier telkens om een manier van ‘zijn’ en in de wereld staan…

Ik ervaar het zelf momenteel ook: zet ik straks nog ‘Expertisepraktijk hoogbegaafdheid’ op de nieuwe website of wil ik toch op zoek naar een ander woord? En welk woord dan? Cognitief sterk? Ontwikkelingsvoorsprong? Meerbegaafd? Andersbegaafd? Cognitief begaafd? … Ik zie rondom mij steeds meer en andere termen hun intrede doen in het professioneel discours, maar ik voel mijn weerstand niet verminderen, integendeel. Want géén van deze concepten dekt voldoende de lading naar mijn gevoel, brengt de nodige verfijning en nuance aan om de essentie van het hoogbegaafde ZIJN goed te kunnen vatten… Toch niet meer of beter dan dat de term ‘hoogbegaafd’ dat al deed, althans naar mijn aanvoelen. 
En hoe je het ook draait of keert, bij het definiëren van een minderheidsgroep (i.c. 2 à 3 % van de bevolking) zal er altijd wel een risico op stigma of exclusiviteit blijven bestaan in hoofde van deze of gene, hoeveel voorzichtigheid we in ons taalgebruik ook aan de dag proberen leggen. 

Ik voel ook zelf bijzonder weinig affiniteit met de term ‘hoogbegaafd’ an sich om eerlijk te zijn, maar pleit nu liever voor een grotere bewustwording over wat dat hoogbegaafde zijn juist inhoudt (en wat niet), voor een bredere, diepgaandere kennis die door steeds meer mensen, scholen en instanties wordt gedeeld. En misschien kunnen we dàn, met vereende krachten, tot een beter concept komen.

Dit neemt niet weg dat ik stiekem hoop dat de term ‘zèbre’ (zebra) ook hier bij ons ingeburgerd mag geraken. ‘Zèbre’ werd als terminologie door de Franse psychologe Jeanne Siaud-Facchin (auteur van l’enfant surdoué’ en ‘Trop intelligent pour être heureux?’) voor het eerst geïntroduceerd in een poging om zich te distantiëren van de onrealistische verwachtingen die concepten als ‘haut potentiel’, ‘surdoué’, ‘enfant précoce’ bijna automatisch genereerden. Met ‘zebra’s’ in het klinisch taalgebruik verwijst ze naar het gegeven dat deze diersoort als enige van de ‘paardachtigen’ (ezels, half-ezels, zebra’s en paarden) nooit door de mens gedomesticeerd is geraakt. Zebra’s zijn niet te temmen of in een hokje te duwen. Ze leven in het wild, gemoedelijk tussen en samen met andere dieren in de savanne, maar onderscheiden zich met hun zwart-witte strepen toch ook daar zeer duidelijk van de rest. Zebra’s zijn heel gewoon en toch ook heel bijzonder. Hun strepenpatroon is uniek, steeds verschillend en toch worden ze duidelijk meteen als zebra (h)erkend. In Frankrijk en Wallonië heeft men het daarom vaak over ‘zebra’s’ wanneer men over hoogbegaafde kinderen of volwassenen praat en wint de term er steeds meer aan populariteit. Ik hou er wel van eigenlijk.

Maar ik durf te betwijfelen of we het gebrek aan duidelijkheid over hoogbegaafdheid gaan oplossen door 1001 verschillende termen te gaan gebruiken. En al zeker wanneer deze verschillen in terminologie gebaseerd zijn op angst. Angst om verkeerd over te komen, bezorgdheid over wat anderen zouden kunnen denken, vrees voor kwetsende reacties, ongerustheid over het al dan niet gezien en erkend worden in wie we zijn … 
Weerstand bij het ‘outen’ van hoogbegaafdheid draait veelal om een gebrek aan kennis bij de ander, om vooroordelen en mogelijke verkeerde interpretaties in de buitenwereld, niet om schaamte bij onszelf, niet om het wezenlijke van het hoogbegaafde ‘zijn’ an sich.

Ik blijf daarom zelf nog even ‘hoogbegaafd’ gebruiken, ook al deel ik de nood aan en ijver ik voor een term die beter de essentie dekt. Maar ik wil vooral mijn werk kunnen doen. Anticiperen op angst of vooroordelen valt daar voor mij persoonlijk allerminst onder (die zullen er altijd zijn en blijven namelijk). Ik wil inzetten op mensen als individu, op noden, op een groter, breder en dieper bewustzijn, méér dan op een correcte terminologie. 

De intro ‘Expertisepraktijk hoogbegaafdheid’ mag daarom nog even blijven...  
En ook omdat, ook al ambieerde ik als kind een carrière als dierenarts (en boerin, pediater, toilet-dame en kok, oh jawel), ik betwijfel of een bordje met ‘‘Psychotherapie voor zebra’s’ me in Vlaanderen veel cliënten zal opleveren, dàt ook

Desalniettemin:

Streep ze! 

Hoogbegaafde zebra’s

Andere artikels

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x