Hoogbegaafden zijn einzelgängers. Toch?!

Wat betreft de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen bestaan er enorm veel misverstanden. Vaak worden ze gezien als niet erg sociaal, als einzelgängers die alleen zijn verkiezen boven omgang met anderen en ook niet vlot zijn in het sociaal contact of sociale communicatie met leeftijdsgenoten.

Dit klopt niet. De hoogbegaafde persoonlijkheid kan zowel introvert als extravert zijn, en hoogbegaafde kinderen zijn in hun sociaal functioneren, -mogelijkheden en voorkeur net zo divers als niet-hoogbegaafden. Wél kan het zijn dat er doorheen hun ontwikkeling kwetsuren ontstaan doordat ze bijvoorbeeld niet of onvoldoende contacten hebben met ontwikkelingsgelijken. Het ‘onaangepast’ sociaal gedrag dat je dan ziet is copinggedrag, een manier van omgaan met een (sociale) omgeving die onvoldoende tegemoet komt of kan komen aan hun noden. Aanpassingsgedrag dus, geen natuurlijk sociaal gedrag binnen een gezond ontwikkelingsproces. 

Een vaak gehoord argument tegen een versnelling betreft de sociaal-emotionele ontwikkeling. Wees hier heel voorzichtig mee. Moeilijkheden op sociaal-emotioneel vlak met niet-hoogbegaafde leeftijdsgenoten wil niet per se zeggen dat een kind nog niet matuur genoeg is, integendeel zelfs.
Onderzoek toont aan dat hoogbegaafde kinderen veelal ook op sociaal gebied voorlopen, waardoor communicatiemisverstanden kunnen ontstaan. Ze hoeven in principe niet vaker sociale en emotionele problemen te hebben dan andere kinderen, mits er rekening wordt gehouden met hun noden en mogelijkheden. Wél is het zo dat hoogbegaafden een risicogroep zijn en dat de mate van begaafdheid gevolgen heeft. Specifieke risicogebieden voor hoogbegaafde kinderen zijn de ontwikkeling van vriendschappen, van hun zelfbeeld, van sociale identiteit alsook de aansluiting met leeftijdsgenoten (Eleonoor Van Gerven – handboek hoogbegaafdheid).

Enkele oorzaken waarom het mis kan gaan op sociaal-emotioneel gebied:

* Scheve (te hoge) vriendschapsverwachtingen: de ontwikkeling van vriendschapsverwachtingen verloopt bij elk kind in fases. Het probleem van veel hoogbegaafde kinderen is dat zij in hun ontwikkeling al in een volgend stadium zitten terwijl hun leeftijdsgenoten nog in een eerder stadium vertoeven. Hoogbegaafden zijn in vriendschappen al veel sneller toe aan wederkerigheid en loyauteit. Een vaak gehoord voorbeeld in de praktijk zijn hoogbegaafde kleuters die het speels trek-en duwwerk van klasgenootjes niet begrijpen, met bijhorende ontgoocheling. “Met een vriendje vecht je niet”, “Ze pesten mij”, “Gisteren was ik nog zijn beste vriend en vandaag krijg ik een duw”,…

* Gebruikt te moeilijke woorden en begrippen
* Het niveau van spelen ontwikkelt sneller
* Hebben soms andere interesses
* Andere humor: taalgrapjes, cynisme,… humor waarvoor een bepaalde graad van talige abstractie nodig is wordt door leeftijdsgenoten soms niet begrepen.
* Hoge mate van aanpassingsgedrag
* Behoefte om aardig gevonden te worden
* Gebrek aan cognitieve uitdaging bij leeftijdsgenoten

Contact met ontwikkelingsgelijken is daarom belangrijk voor zowel de cognitieve als de sociaal-emotionele ontwikkeling. Uiteraard is elk kind anders en zijn er tussen kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong onderling ook enorme verschillen, toch is het vaak helend om te ervaren dat er nog andere kinderen zijn wiens manier van denken en in de wereld staan van eenzelfde intensiteit is. Bij het ontbreken van ontwikkelingsgelijken kan een hoogbegaafd kind zijn gedrag niet spiegelen en wordt mogelijks een gevoel van ‘anders’ zijn versterkt. Ontwikkelingsgelijken (al dan niet op school, bv. via een kangoeroeklas) zijn nodig voor de ontwikkeling van een gezond en realistisch zelfbeeld bij deze kinderen. Een versnelling op school kan soms ook net omwille van het sociaal-emotionele aspect aangewezen zijn: daar waar op cognitief vlak misschien nog wel meerdere mogelijkheden voorhanden zijn om diepgaand te gaan differentiëren, vormt de sociale spiegel en identiteitsontwikkeling mijns inziens een véél belangrijkere indicatie: wanneer hoogbegaafde leerlingen kunnen omgaan met kinderen die een (of meerdere) jaren ouder zijn en in hun sociaal-emotionele ontwikkeling al verder staan dan niet-hoogbegaafde leeftijdsgenootjes, worden ze minder ‘gedwongen’ tot aanpassingsgedrag en tot een krampachtig inhouden van hun eigen authenticiteit. 

Want daar draait het toch om: geef mensen, àlle mensen, groot en klein, hoogbegaafd of niet, zoveel mogelijk kansen om zichzelf te zijn en zich van daaruit verder te ontplooien…


Hoogbegaafden zijn einzelgängers. Toch?!

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x