Mijn mama kan goed pijn doen...

“Mijn mama kan goed pijn doen”

We schrijven mei 2012. De zoon is pas gestart in de instapklas en toont me vol trots het cadeautje dat hij gemaakt heeft voor Moederdag: wat kleuterknutsels en een ‘interview’ over mama.

“Mijn mama eet graag… lasagna”
“Mijn mama lust geen… chocola”
“Mijn mama houdt van… mij en van ijsjes”
“Dit doet mijn mama het liefst: voorlezen”
“Mijn mama haar lievelingskleur is… blauw”

“Mijn mama kan goed… pijn doen.”

Ik slik. Ik bekijk het blad wat grondiger, maar heb het wel degelijk goed gelezen. Laat dit alsjeblieft een vergissing zijn… 

Aarzelend vraag ik “Liefje, zeg eens, wat kan mama goed?”
“Pijn doen!” klinkt er luid en zonder enige aarzeling door de kamer.

Echt? Wat bedoel je daar juist mee?... Maar het blijft stil, en dat zal het de weken die volgen ook blijven. Het is duidelijk dat er in het hoofd van de zoon 1001 andere dingen leuker zijn dan een gesprekje over moederlief en haar talenten. Of over pijn doen.
Ik pols –met een buik vol schaamte- ook even bij de juf, maar ook daar vind ik geen antwoord. “Ik schrijf gewoon op wat de kinderen me vertellen hoor, ik vraag niet verder, het moet spontaan blijven allemaal.” Ik meen een argwanende en beschuldigende toon te horen in haar stem, maar het kunnen even goed mijn eigen projecties zijn. Allicht.

Mijn kind vindt dat ik goed ben in pijn doen… Ja, ik roep soms, de combinatie werk en gezin met 2 jonge kinderen valt me bij momenten zwaar en ik ben zeker niet die ideale, immer beschikbare mama die ik me steeds had voorgenomen te zijn, maar dit?? Ik begrijp het niet, en mijn hart dat zo graag moedert heeft een serieuze knauw gekregen.
Het Moederdag-interview verdwijnt ergens onderin een lade. Ik voel er niks voor om het een plekje in het zicht te geven.

We schrijven zomer 2012 nu, een drietal maanden verder. Een half jaar geleden startte ik in bijberoep mijn eigen praktijk op bij ons thuis. Wanneer de kinderen slapen heb ik nog twee afspraken ingepland. Het eerste gesprek loopt op zijn einde en de volgende cliënt wacht al in de gang. Echter, na het afronden tref ik niet alleen mijn volgende afspraak, maar ook de zoon aan: duidelijk ontsnapt uit bed en aan de aandacht van de babysit. “Mama, deze meneer zegt dat je hem geen pijn gaat doen!?”, klinkt er verwonderd. Ik ben nog maar net over mijn verbazing heen wanneer de kwartjes beginnen te vallen. 

“Mijn mama kan goed pijn doen.”

“Denk jij dat ik de mensen die hier komen pijn doe, jongen?” 

“Ja, want ze komen blij binnen en hebben natte ogen en een zakdoek vast als ze weer naar huis gaan.” Ik begin te vermoeden dat het niet de eerste keer is dat Houdini de babysit te slim af is.
Verdriet is complex, tranen zijn zo helend, maar in de ogen van mijn 3-jarige nog vooral gelinkt aan pijn. Heftige, fysieke pijn.

“Mijn mama kan goed pijn doen.”

Therapie is geen SM-kamer maar evenmin een ponykamp. We raken kwetsbaarheid aan, gevoelige thema’s komen ter sprake, sessies kunnen bij momenten bijzonder –weliswaar zorgzaam- confronterend zijn. En ja, het kan zeker al eens pijn doen en er kunnen tranen vloeien. Veel tranen zelfs. Dat is helemaal ok, dat mag en is zelfs goed. Tranen maken los wat ooit vast zat, tranen brengen beweging, creëren ruimte, tranen laten gevoel weer stromen…
Tranen zijn zoveel meer dan louter pijn.

“Mijn mama kan goed pijn doen.”

Ik haal het Moederdag-interview uit de donkere lade en glimlach. Het krijgt een speciaal plekje op de kast, waar het thuis hoort. De knoop in mijn buik en hart ontwart. 

Ik kan goed pijn doen…
… omdat ik weet dat het soms nodig is, denk ik er in gedachten bij.

Dankjewel voor het mooie compliment, lief kind.


Mijn mama kan goed pijn doen...

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x